Het standbeeld zit vol symboliek en toont het bewogen leven van deze buitengewone Tieltenaar. Het gewei verwijst naar zijn adellijke titel ‘Olivier le Daim’ (= damhert). Het touw rond de hals slingert als een duivelsstaart tussen zijn benen door en raakt de sokkel met een driehoekige uitloper.
Schaar en scheermes zijn de attributen van zijn beroep, die hij hanteert als een poppenspeler die zijn marionetten laat dansen. In de rug wordt hij beschermd door een kruisspin middenin haar web, een allusie op zijn vriend Lodewijk XI, de ‘Spinnenkoning’. De S-vormige gestalte rust op twee voeten die uitlopen in geslepen bokkenpoten, een duivel waardig.